Home Goed Fout Ken je dit woord? Uitdrukkingen Tips Nu Jij
Archief

Wanneer schrijf je de delen van een scheidbaar werkwoord nu los en wanneer niet?
Een paar voorbeelden:
Ik neem mijn tas mee.
Ik moet mijn tas meenemen.
Ik zeg dat ik mijn tas meeneem.
Ik heb mijn tas meegenomen.
Hoef je je tas niet mee te nemen?

In de tegenwoordige tijd en verleden tijd in een normale zin staan de delen los. In combinatie met het woordje ‘te’ ook los. In alle andere gevallen schrijf je de delen van een scheidbaar werkwoord aan elkaar.

Opdracht
Kies een aantal scheidbare werkwoorden. Maak vervolgens daarmee zinnen in de tegenwoordige tijd en met een van de volgende werkwoorden: beginnen / beloven / vergeten / proberen
Voorbeeld Vergeet je niet de bedden op te maken? Nee, ik maak de bedden op.

 
Printvriendelijk   Email naar vriend
 
Meest Gelezen