|
Het Nederlands kent een heel makkelijk systeem om woorden te combineren. In principe schrijf je de twee woorden (zelfstandige naamwoorden of substantieven) die je combineert aan elkaar. Meestal gaat dat goed, maar het is wel eens verwarrend en dan plaatsen we er een streepje tussen. Een paar voorbeelden: Winkelcentrum Badlaken Winterjas Auto-onderdelen Taxichauffeur Café-eigenaar
Zoals je ziet zijn er twee combinaties hierboven waarbij je een streepje moet gebruiken. Als je dat niet doet, herken je het woord misschien niet of krijg je problemen met de uitspraak.
Het tweede deel van de combinatie bepaalt het lidwoord. Het is dus het winkelcentrum en het badlaken, maar de winterjas.
Oefening Maak zelf combinaties van woorden en controleer met de spellingcorrectie of je het goed hebt gedaan.
|