|
Als het niet belangrijk is wie iets doet of gedaan heeft of als dat onbekend is dan gebruiken we een passieve vorm. Dat doen we met behulp van het werkwoord ‘worden’. Een paar voorbeelden: Mijn auto wordt gerepareerd. Hij is aan zijn hart geopereerd. Vroeger werd er niet zo snel gesproken als tegenwoordig.
Deze zinnen staan respectievelijk in de tegenwoordige, voltooide en verleden tijd. De tegenwoordige tijd is dus met een vorm van ‘worden’ en niet met ‘is/ zijn’.
Opdracht1 Noem concrete recente ontwikkelingen op je werk of in je privésfeer. Gebruik de passieve vorm.Voorbeeld: Mijn huis is pas geschilderd.
Opdracht 2 Vergelijk je eigen land met Nederland. Gebruik de passieve vorm. Voorbeeld: In Polen wordt meer vlees gegeten.
Opdracht 3 Vergelijk onze huidige tijd met honderd jaar geleden. Gebruik de passieve vorm. Voorbeeld: Nu wordt er veel met computers gewerkt. Honderd jaar geleden werd veel meer met de hand gedaan.
Opdracht 4 Bedenk een aantal dingen die in Nederland volgens jou anders zouden moeten. Gebruik de passieve vorm. Voorbeeld: Er moeten meer fietsenstallingen worden gemaakt.
|