|
Januari is de maand van de goede voornemens, hoewel steeds minder mensen dit aan een nieuw jaar koppelen. Hoe maak je goede voornemens in het Nederlands? Als het gaat om een duidelijk plan dan gebruik je het werkwoord ‘gaan’. Ik ga wat meer aan sport doen. Ik ga een andere baan zoeken.
Als het wat minder concreet is maar meer een kwestie van willen, dan zeg je: Ik wil niet zo vaak overwerken. Ik zou wat vaker op tijd naar huis willen gaan.
Opdracht 1 Noem een aantal concrete plannen die je hebt en gebruik daarvoor het werkwoord ‘gaan’.
Opdracht 2 Noem een aantal wensen die je hebt en gebruik daarbij ‘willen’ of ‘zou willen’.
|