|
Vaak is het moeilijk om op een vriendelijke manier de gebiedende wijs te gebruiken en instructies te geven. Het komt nogal eens door een verkeerde woordkeuze en vorm als een commando over. Voor instructies kun je je het beste één manier aanleren. Vaak met ‘eerst’, ‘dan’ etc. Dan is de kans het grootst dat je geen fouten maakt. Gebruik nooit het woord ‘moeten’, daar zijn Nederlanders allergisch voor. We zeggen vaak ‘je mag dit even doen voor me”en dan bedoelen we moeten. Voorbeelden: Doe je jas maar even uit. Ga maar even zitten. Eerst neem je de bus. Dan neem je de trein En dan neem je weer een bus. Ten slotte stap je uit bij de halte Bleekstraat.
Opdracht 1 Geef instructies hoe je met het openbaar vervoer bij je huis kunt komen. Doe dit met ‘eerst’, ‘dan’ etc.
Opdracht 2 Leg uit hoe je geld kunt pinnen. De werkwoorden die je moet gebruiken zijn: Pas invoeren Pincode intoetsen Pas eruit nemen Bedrag intoetsen Geld eruit halen
Opdracht 3 Probeer in je dagelijks leven de volgende imperatieven te gebruiken. Ga je gang. Ga maar zitten. Wacht maar even. Kijk eens even. Pak / neem / doe maar
|