|
‘Toch’ is net als ‘maar’ een lastig woordje omdat je het op zo veel verschillende manieren kunt gebruiken. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:
Je eet toch mee vanavond? Voor vragen zonder vraagzin
Hou toch op! Imperatief met irritatie
Ik ben ziek. Toch ga ik werken. Toch als contrast
Tim is toch op vakantie. Toch = immers om aan te geven dat de ander dat ook weet.
|