|
Dit woord is heel lastig omdat je het op zoveel verschillende manieren kan gebruiken. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:Ga maar zitten. Om een gebod te verzachten Ik heb maar een broer en een zus. Bij hoeveelheid (slechts) Ik ben ziek, maar ik ga wel werken morgen. Bij een tegenstelling (voegwoord) Had ik maar vakantie. Bij een wens Hij bleef maar praten. Om aan te geven dat iets lang duurt
|